Constipatie en obstipatie


Constipatie is het tegenovergestelde van diarree. We spreken van constipatie als de ontlasting zeer moeizaam afkomt in kleine hoeveelheden, waarbij de ontlasting zeer hard en droog is. Een gedeelte van de ontlasting blijft hierbij langere tijd achter in de dikke darm (colon en rectum). Duurt dit te lang dan droogt de ontlasting volledig in (in de dikke darm wordt namelijk vocht onttrokken aan de ontlasting) en wordt het een steeds grotere en hardere massa in de dikke darm die de darmwand steeds verder oprekt, waardoor de peristaltiek steeds verder verslechtert. De kat kan de ontlasting nu niet meer zelf naar buiten werken, hoe hard hij/zij ook perst; we spreken dan van obstipatie.

Symptomen


Zowel bij constipatie als bij obstipatie zal uw kat langdurig in de kenmerkende houding zitten om te poepen (met gekromde rug en de staart afgehouden) terwijl er niet of nauwelijks ontlasting afkomt ondanks hevig persen. De kleine keutels die eventueel nog afkomen (constipatie) zijn zeer hard, droog en donker van kleur. De kat kan miauwen, blazen of zelfs schreeuwen van de pijn in zijn poging om de ontlasting naar buiten te werken.
Meestal zal de kat ook geen fitte indruk maken. We zien mogelijk sloomheid, slechte eetlust, wegkruipen en pijnuitingen bij optillen of aanraken van de buik. Uiteindelijk kan de kat ook gaan braken en uitgedroogd raken. 

 

Het probleem van obstipatie/constipatie komt vaker voor bij oudere katten, bij te dikke katten die weinig lichaamsbeweging hebben en bij Siamezen en aanverwante rassen.

Behandeling


De behandeling zal er in eerste instantie op gericht moeten zijn om de ontlasting die is blijven zitten zo zacht mogelijk te maken waardoor het gemakkelijker vervormbaar wordt en kan afkomen. Dit wordt gedaan door middel van klysma's. Soms kan de dierenarts door manuele manipulatie de ontlasting kleiner en daardoor makkelijker eruit te persen maken. Een enkele keer is het nodig om met de vinger in de anus te gaan (de kat is dan gesedeerd!) en zo de ontlasting naar buiten te `peuteren'. 
Eventuele uitdroging moet worden opgeheven, want bij een vochttekort wordt de ontlasting nog harder. Ook als de kat niet duidelijk uitgedroogd is, is het zinvol om een infuus te geven omdat veel klysma's en laxerende middelen vocht aan het lichaam onttrekken. Bij sommige katten is het noodzakelijk om levenslang te blijven behandelen met laxerende middelen, zoals Lactulose houdende drankjes (Laxatract®, Laxanorm®) of het toevoegen van zemelen aan de (natte) voeding.
Soms helpt het om vezelrijke voeding te voeren, zoals Fibre response van Royal canin.