Vaccinatie

Het vaccineren van uw kat is nodig om de kat te beschermen tegen virussen of bacteriën die ze ziek kunnen maken. Als een virus het lichaam binnendringt, zal de kat hiertegen antistoffen anmaken.

Deze zorgen ervoor dat de virussen uit het lichaam verwijderd worden. Het maken van antistoffen duurt echter een tijdje. Het kan dus zijn dat de kat al ernstig ziek is geworden of zelfs overleden is voordat het antistoffen heeft kunnen aanmaken.Wat er bij vaccinatie gebeurt, is dat er kunstmatig (niet-actieve) virussen worden ingespoten, waardoor de kat de antistoffen aanmaakt om hem te beschermen tegen het echte ziekteverwekkende virus. Het heeft dus al antistoffen in zijn lichaam vóór hij door een écht virus wordt besmet.

Het is verstandig om alle katten te vaccineren, zowel binnen- als buitenkatten. Ten onrechte wordt er vaak gezegd dat binnenkatten geen vaccinaties nodig hebben, omdat ze geen rechtstreeks contact hebben met andere katten. De baasjes kunnen echter door contact met andere katten de virussen in huis halen. Aan de handen, onder de schoenen, etc.
Kittens worden het best voor het eerst ingeënt op de leeftijd van 8-9 weken. Omdat er na een eerste vaccinatie slechts een tijdelijke immuniteitsverhoging is, moet de vaccinatie na 3 weken herhaald worden. Dit geldt zowel voor kittens als voor oudere katten die nog nooit of te lang geleden gevaccineerd zijn. Vervolgens moet er 1 maal per jaar gevaccineerd worden.

 

Er mag niet gevaccineerd worden als uw kat op dat moment niet gezond is. Het heeft dan zijn immuniteit meer nodig bij het herstel van zijn ziekte.

Het optimale vaccinatieschema voor uw kat

  • Op een leeftijd van 8 á 9 weken vaccinatie kattenziekte en niesziekte
  • Op een leeftijd van 12 weken herhaling kattenziekte en niesziekte vaccinatie
  • Op een leeftijd van 1 jaar kattenziekte en niesziekte vaccinatie
  • elk jaar niesziekte
  • om het jaar kattenziekte
  • Kennelhoest(druppels via de neus) indien de kat naar het pension gaat
  • Rabiës indien u naar het buitenland gaat